Wetenswaardigheden van de Polders

Jaartallen overzicht ontstaan poldersDe polders van Rhoon zijn ontstaan tussen de 12e tot de 18e eeuw. De oudste polder van Rhoon is de polder "Oud Rhoon", daar waar nu Het Wapen van Rhoon in staat.
Dijken aanleggen was ook vroeger al een enorme klus die werd uitgevoerd in handkracht met behulp van schop en kruiwagen, zonder luchtbanden. Niet voor niets toen ook al echt monnikenwerk.
Aan de eerste zelfstandige polder met zijn ringdijk werden latere "aanwassen" ingepolderd. Dat gebeurde op die plaatsen die door aanslibbing en aanwas van riet en wilgen met regelmaat voldoende droog vielen om ze te kunnen inpolderen. Om die reden is een dijk ook maar zelden recht, men volgde de lijn van de aanslibbing.
Deze manier van inpolderen is in de structuur van het polderlandschap nog steeds duidelijk terug te vinden. Een nieuwe dijk werd tegen de bestaande aangelegd. Dat verklaart de soms eigenaardige bochten in de dijk bij de overgang van de ene naar de andere dijk.

Hoe komt dat?
Is het u wel eens opgevallen dat wanneer je van de ene dijk naar de andere fietst, als het ware de dijk af gaat en het lijkt of de dijk verdwenen is? Dat klopt ook. De grond van deze dijk is voor de aanleg van de volgende gebruikt. Zo zijn de Dorpsdijk, de Molendijk en bijvoorbeeld de Achterdijk geen echte "dijken" meer. Met deze grond is uiteindelijk de Rijsdijk gemaakt. Bij Het Wapen van Rhoon is de Dorps"dijk" weer even zichtbaar. Hier kon men de grond niet meer weggraven vanwege het hoogste huis van Rhoon. Een
aardig voorbeeld van dat vergraven vindt U ook in Poortugaal op de Kruisdijk. Daar gaat de dijk halverwege ineens naar beneden. Dit komt dan omdat men geen grond meer nodig had.

Soms zit er ineens en vreemde bocht in een dijk. Dat komt niet omdat men vroeger niet wist dat de kortste weg tussen twee punten een recht lijn was. Nee, dit heeft altijd een oorzaak. Het kan een oude dijkdoorbraak zijn waar een diepe uitspoeling ontstond (wiel) die men dan later repareerde door er met een bocht omheen te gaan. Maar soms zijn bochten wel moeilijk te verklaren. De eerste bocht in de Essendijk vanaf het dorp is er zo een. Wanneer wij echter naar de verkaveling en de loop van de sloten in de
Zegenpolder kijken lijkt het er op dat hier vroeger wellicht een klein zelfstandig poldertje of flinke aanwas is geweest.

Kenmerken
Zo is ook de grotere aanwas rondom de Buytenhof op de kaart duidelijk herkenbaar. Midden door dit ovaal loopt de Oudeweg van de Rijsdijk naar de Essendijk. Is deze weg nu gemaakt voor de bereikbaarheid van de gewassen of was het misschien de oude weg naar Rheestein?
Maar er is meer te zien in onze polders. Oude kreekruggen zijn nu nog als hoger gelegen gronden in de polder zichtbaar. Dit komt omdat, toen de kreken nog kreken waren het water hierdoor sneller stroomde en alleen grove delen (zand) zich afzette.
Langs de oevers van de kreken kwam begroeiing met biezen en later riet en zo op den duur vorming van veen. Na dichtslibbing en inpoldering heeft de grond zich gezet en is ingeklonken. Veen klinkt veel meer in dan klei of zand waardoor de kreekruggen zichtbaar zijn worden.
De boerderij Heuvelstein aan de Lageweg ligt op een terpje. In de loop der eeuwen zal deze terp gedeeltelijk zijn vergraven, bijvoorbeeld bij de herbouw van de boerderij. Het zou een zeer oude woonplaats kunnen zijn van voor de inpoldering van het Buitenland van Rhoon, dus van ver voor 1580.
Aan de doorsneden van de dijk kun je zien vanaf welke kant er in ingepolderd. De binnenkant, landkant, is meestal steiler dan de buitenkant. Dit heeft te maken met de sterkte van de dijk.

De ondergond.
De grondsoorten en de opbouw van de ondergrond is zeer verschillend. Oude kreken die uitmondden in de rivier die weer in open verbinding stond met de zee. Een mengeling van zee- en rivierklei waar later moerassen ontstonden. Zware overstromingen (in 1421 de St. Elizabethsvloed) zorgden voor wegspoeling van dijken, moeras- en veengebieden en vormden vaak een andere loop van de kreken. Dit alles gebeurde in de loop der eeuwen meerdere malen. Maar er blijven een aantal zaken altijd goed herkenbaar voor het alerte oog. Onder de grond liggen natuurlijk nog meer geheimen verscholen.

Zeldzaam en mooi.
De Molenpolderse Zeedijk is een vrij zeldzame "grasdijk". In 1660 werd de Molenpolder ingepolderd. Omdat er een vrij smalle nieuwe polder ontstond waren de nieuwe percelen goed te bereiken vanaf de Essendijk en was een nieuwe weg op de dijk niet nodig. Helaas is deze dijk lelijk doorbroken voor de leidingstraat.

Bebouwing
Ook de bebouwing in de polder is kenmerkend voor het polderlandschap, een lintbebouwing. Nabij de boerderijen of aan de dijk werden vroeger wel arbeiderswoningen gebouwd. Zij hadden eigen tuinen, vaak een onderdeel van de arbeidsovereenkomst met de boer. Zonder dit kwam men niet rond.
Bij de jongste dijken zie je dat de bebouwing zich voornamelijk aan de buitenkant in de nieuwste polder bevindt. Het land in de bestaande polders behoorde al bij boerderijen. Nieuwe vestigingen kwamen dus aan de buitenkant.
De meeste boerderijen staan in de vlakke polder. Sommigen zijn gebouwd in de dijk, anderen aan de dijk of op een terp. De vorm van de boerderij komt voort uit de behoefte van het gemengde bedrijfstype. Een hoge bouw in het midden van de schuur en aan de lage kant de stallen voor de koeien. De paarden stonden meestal dichter bij de keuken. Behalve de dijkboerderijen hebben ze allemaal ook een hoge ingang naast
het woonhuis. Sommige oude boerderijen hebben nog een kaaskelder.

Gevonden voorwerpen.
Soms vinden bewoners aan de voet van de dijken gebroken Goudse pijpen. Dit kan zijn door de regelmatige bewerking van de tuintjes voor eigen gebruik van de landarbeiders of misschien was het een oude schaft- of verzamelplaats voor de toenmalige dijkenbouwers. Op de randen van de akkers wordt nog wel eens een oude munt of zo gevonden. Hier heeft dan een boer of boeren knecht zitten poepen en zaten de zakken van zijn broek niet goed dicht.

De laatste restjes.
De elders genoemde eeuwkanten zijn lage natte stukken grond die pas in cultuur zijn gebracht nadat er een goede afwatering in de gehele polder was. Het waren de natste en slechtste stukken die men nog wel benutte door er wilgen op te laten groeien waarvan men eens per 4 jaar het hout kapte voor eigen gebruik.
Het land was te nat voor landbouwgewassen en bleef daarom lang grasland.
Het droogmalen van de polders ging met molens waarvan nog resten zijn te vinden in de Zegenpolder en de Portlandpolder. Ook werd er water gespuit via de haven en de sluis naar de Oude Maas. Elk dorp had een haven(tje) voor de aan- en afvoer van haar producten, Dat de Koedood vroeger ook een open rivierarm was tussen de Nieuwe- en Oude Maas weet natuurlijk iedereen.

De achterkant
Normaliter staan de boerderijen met het woonhuis naar de dijk gericht. De boerderij Noordburg langs de Koedood vormt hierop een uitzondering. Deze boerderij stond ver in het land en was gericht op de rivier de Koedood, de open verbinding naar de Oude Maas. Met de afdamming van de Koedood ontstond de polder het Buitenland van Rhoon en kwam de Noordburg met zijn rug naar de weg te staan.

Schaalvergroting
Na de inpoldering ging men zo snel mogelijk over naar akkerbouw, maar samen met de veeteelt bleef het toch lange tijd een gemengd bedrijf in onze polders. In de oudere polders, dichter bij de dorpskern, waar de grond in de loop der eeuwen verbeterde door (organische) bemesting ging men langzamerhand ook fruitteelt en groenteteelt toepassen. Er was vraag vanuit het Rotterdamse. Het landschap werd hierdoor
kleinschaliger.

Verleden tijd
Hoe minder licht in de sloot, hoe minder begroeiing er in met als gevolg minder onderhoud, want de sloten moesten open blijven voor de afwatering. Dat wist men vroeger ook. Knotwilgen zorgden voor die schaduw. Helaas zijn de meeste knotwilgen langs de sloten verdwenen door mechanisatie.

Hard voor weinig
In de polder was het vroeger hard werken, van licht tot donker. Riolering was er zelfs tot voor kort nog niet. Er zijn nog bewoners van Rhoon die weten te vertellen dat er geen leidingwater in de arbeidershuisjes was, laat staan warm water dat de huisarts nodig had bij een bevalling. Dan moest er drinkwater bij de boer worden gehaald.

Waar blijft de tijd.
Rhoon en Poortugaal waren 100 jaar geleden ver weg van de grote stad. Pas na de ontsluiting met de tram eind 19e eeuw en later door de Groene Kruisweg is het eiland IJsselmonde uit de klei getrokken en dichter bij Rotterdam gekomen. Menigeen weet nu nog te vertellen dat alleen een stukje van de Dorpsdijk en Rijsdijk waren verhard met kinderkoppen. De rest was grind of klei.

Wat de toekomst brenge moge
Inmiddels dringt Rotterdam zich zo op dat wij ons wel eens af vragen of men wel zo vooruitstrevend had moeten zijn, want wat hen betreft wordt het "Dag polders".

Thedie Binder.
Rhoon, 22 juni 2007